Warmtenetten in publieke handen: slimme zet of dwaalspoor?

De overheid neemt een meerderheidsbelang in de warmtenetten. Daarmee plaatst ze zich in de lead om de energietransitie – als het gaat om warmtenetten – aan te jagen. Is dat verstandig? Is de overheid daartoe überhaupt geëquipeerd? Drie experts – ieder vanuit zijn eigen invalshoek – aan het woord.

Roozbeh Nikdel is themaleider duurzaam wonen bij de gemeente Eindhoven. Hij juicht het toe dat de overheid een meerderheidsbelang in de warmtenetten neemt. ‘Het tempo voor de energietransitie moet omhoog. We zijn in Eindhoven al sinds 2018 bezig om te leren wat er nodig is om te kunnen opschalen, onder andere in twee proeftuinen in het kader van het landelijke Programma Aardgasvrije Wijken. Een belangrijke voorwaarde voor een hoger tempo is duidelijke spelregels over hoe we onze energie-infrastructuur moeten ordenen, zowel warmte als elektriciteit. We moeten toe naar een integraal energiesysteem. Maar wie is waar verantwoordelijk voor? Hoe moet de rolverdeling tussen de bewoner, overheid en de markt zijn om de publieke waarden te kunnen borgen? Vanwege de huidige onduidelijkheid schakelt elke gemeente adviesbureaus in die allerlei governance-modellen op een rijtje zetten, wat weer leidt tot eindeloze analyses en discussies. Het recept voor vertraging. Het is noodzakelijk dat het Rijk zorgt voor landelijke spelregels om de publieke waarden te kunnen borgen en vaart te kunnen gaan maken.’

Volle bodem

Het gebrek aan regie leidt volgens Nikdel onder meer tot problemen in de bodem. ‘In de binnenstad van Eindhoven worden op verschillende plekken grote woningbouwprojecten gerealiseerd. Als je bij zulke ontwikkelingen als gemeente niet goed de regie kunt voeren, zoals nu het geval is, geldt: wie het eerst komt het eerst maalt. De eerste projectontwikkelaar benut de beschikbare bodemenergie en legt infrastructuur aan. Vervolgens is er iedere volgende partij die de grond in moet amper nog ruimte. Op een gegeven moment zit de bodem namelijk vol. Dat kan een stuk efficiënter als de gemeente het voortouw neemt en duurzame energie ordent, zodat alle ontwikkelingen optimaal gebruik kunnen maken van de beschikbare ruimte en energie.’

Andere belangen

Ook kan een gemeente volgens Nikdel veel beter inschatten waar de beschikbare warmte het beste kan worden ingezet. ‘Als gemeente zetten wij bijvoorbeeld de beschikbare middentemperatuurwarmte (70°C) het liefst in voor bestaande, matig geïsoleerde, vooroorlogse bouw, bijvoorbeeld in het centrum. Doen we dat niet, dan moeten die woningen verwarmd worden met lagetemperatuurwarmte (50°C). Technisch ingewikkeld maar ook suboptimaal omdat we het probleem van netschaarste daarmee vergroten. Maar een marktpartij kiest eerder voor levering aan nieuwbouw omdat het financieel rendement op die projecten groter is. Geen vollooprisico, ze hoeven ze niet in gesprek met burgers en andere belanghebbenden – wat soms veel tijd kost – en ze hebben ook geen last van de ruimtelijke belemmeringen in de bestaande bouw. Als gemeente zeggen we echter: het is niet duurzaam om middentemperatuurwarmte te leveren aan woningen die uitstekend geïsoleerd zijn.’ Waar het op neerkomt, aldus Nikdel, is dat de overheid en de warmtebedrijven niet dezelfde belangen hebben. ‘Commerciële warmtebedrijven streven naar financieel rendement – en dat snap ik vanuit hun rol. Maar bij ons staat het publieke belang voorop en niet het financieel rendement. Met de huidige warmtewet kunnen we daar onvoldoende op sturen.’

Marktpartijen betwijfelen of de overheid voldoende realisatiekracht en toegang tot kapitaal heeft om warmtenetten te beheren. Nikdel: ‘Voor Eindhoven geldt dat zeker niet; wij hebben al jarenlang ervaring met het exploiteren van een warmtenet. Overigens zoals ook andere publieke warmtebedrijven als HVC en Warmtestad. Wij hebben in Eindhoven die capaciteit in huis, maar nog niet voldoende voor de hele stad. We zullen dus moeten opschalen. Maar voor kleinere gemeenten kan dat inderdaad een punt van zorg zijn. De oplossing is volgens mij een regionale aanpak. Sla de handen ineen, haal er de provincie en de netbeheerder bij en bundel de expertise. Overigens speelt dit niet overal. In sommige gemeenten is geen warmte beschikbaar. Niet van bedrijven, maar ook niet van oppervlaktewater of geothermie. Die zullen het vaker moeten zoeken in all-electric oplossingen.’ Dat gemeenten alle kennis in huis moeten hebben, is volgens Nikdel een fabeltje. ‘Het is voor zowel publieke als commerciële partijen heel gangbaar dat naast eigen kennis ook specialistische kennis en expertise wordt ingehuurd. In de praktijk zien we dat de advies- en ontwerpbureaus maar ook aannemers die we opdrachten geven vaak ook door de warmtebedrijven worden ingeschakeld. Wat wel klopt, is dat er momenteel te weinig middelen zijn om op grote schaalwarmtenetten aan te leggen. Het Rijk is bezig daarvoor extra middelen vrij te maken.’

Warmtebedrijven vinden dat ze ‘buitenspel’ zijn gezet. Nikdel: ‘Daar is geen sprake van. Dat staat ook nergens in het wetsvoorstel. De overheid neemt een meerderheidsbelang, maar de rol van de warmtebedrijven blijft van groot belang. Ook voor hen blijft er genoeg werk en een prima verdienmodel. Al was het maar omdat het meerderheidsbelang van de overheid ervoor zal zorgen dat er onder bewoners meer draagvlak voor warmtenetten zal zijn, omdat ze weten dat hun belangen bij de overheid in goede handen zijn. Dat is een belangrijk argument omdat je in geval van warmte nou eenmaal met een monopolist te maken hebt. Ja, de omschakeling kan op sommige plekken op korte termijn zorgen voor vertraging. Maar het zal gaan om een tijdelijke dip die er uiteindelijk toe leidt dat we kunnen versnellen, omdat de spelregels straks duidelijk zijn, de kennis wordt gebundeld en er regie wordt gevoerd, wat de efficiëntie vergroot.’

Inconsistent beleid

Zo enthousiast als Nikdel is over de nieuwe rol die de overheid zich toe-eigent, zo somber is Ernst Japikse, CEO van Ennatuurlijk. ‘Wij onderschrijven het belang van goede samenwerking met gemeenten en de regierol van gemeenten. Maar door het net te nationaliseren sluit je een groot deel van de markt uit, waardoor de energietransitie een enorme vertraging oploopt. Het beleid is ook niet consistent. De afgelopen twintig jaar heeft de overheid de markt voortdurend gevraagd te investeren in de energietransitie en vervolgens besluit ze de boel te onteigenen.’ Is er sprake van onteigening als je een belang houdt van 49% en dertig jaar de tijd krijgt om je investeringen terug te verdienen? Japikse: ‘Ik stel je een wedervraag. Heb jij een koopwoning? Wat zou je ervan vinden als de overheid tegen jou zou zeggen: over dertig jaar is jouw huis van mij en we zien nog wel wat je er dan voor terugkrijgt? Wie garandeert ons dat straks voor ons netwerk krijgen wat het waard is?’

Champagneflessen

Dat de overheid meer regie wil voeren op warmtenetten juicht Japikse alleen maar toe. ‘Maar daarvoor hoef je toch nog geen eigenaar van dat netwerk te zijn? Bovendien: ik denk dat er maar heel weinig gemeenten zijn die in staat zijn een warmtebedrijf te runnen. Purmerend moest eerst twintig jaar verlies slikken voordat er zwarte cijfers werden geschreven. Zelfs een grote gemeente als Rotterdam is het niet gelukt. Eindhoven is een van de weinige gemeenten die het lijkt te kunnen. Het runnen van een warmtebedrijf is complexe materie. Je bronnen op orde houden, warmteleveringsovereenkomsten sluiten en factureren: het is veel ingewikkelder dan veel mensen denken. En het wordt alleen maar ingewikkelder. Het opstellen van een Transitievisie Warmte is al een hels karwei, waar Nederlandse adviesbureaus de afgelopen jaren ongelooflijk veel geld aan hebben verdiend. Maar de uitvoering is nog veel ingewikkelder. Ik zeg je: toen bekend werd gemaakt dat het Rijk een meerderheidsbelang zou nemen in de warmtenetten werden op de adviesbureaus de nodige flessen champagne ontkurkt.’

Afnemers warmte goedkoper uit

In de publieke opinie staan energiebedrijven er niet best op. Ze verdienen – terwijl bij veel mensen het water aan de lippen staat – veel geld. ‘Ik ben het met je eens: het imago van de energiesector kan beter. Er is een hoop te doen – waarbij het overigens fijn zou zijn als we niet steeds publiekelijk zouden worden afgebrand. Wij hebben de energiecrisis niet veroorzaakt en wij hebben evenmin besloten tot een gasboycot. En voor het juiste beeld: onze klanten zijn momenteel veertig procent goedkoper uit dan mensen die hun woning met gas verwarmen. Ik betwijfel ook of er meer draagvlak is voor warmtenetten als de overheid er een meerderheidsbelang in heeft. Dat zou impliceren dat de mensen veel vertrouwen hebben in de politiek, terwijl dat vertrouwen momenteel historisch laag is.’

Zoals zo vaak vormt (ook) geld een bottleneck. Voorstanders van nationalisering van de warmtenetten zeggen dat het Rijk meer geld heeft om te investeren in de warmtenetten en dat gemeenten nu al veel warmtenetten financieren. Japikse: ‘Dat argument zoemt inderdaad rond. Ik heb geen idee waar het vandaan komt. Ik heb dat geld nooit gezien en mijn collega’s van Vattenfall ook niet. Gemeenten financieren warmtenetten niet of nauwelijks. En weet je waarom? Omdat ze het geld niet hebben. Sterker, we hebben het meerdere keren meegemaakt dat als gemeenten mede-eigenaar waren en er gefinancierd moest worden in uitbreiding of onderhoud, ze ons vroegen om hun aandeel te verkleinen omdat ze het investeringstempo niet konden bijbenen.’

Vattenfall heeft zijn investeringen on hold gezet uit protest tegen de voorgenomen nationalisering. Japikse: ‘Ook wij hebben op de pauzeknop geduwd. De Minister denkt dat hij ons voldoende garanties heeft gegeven om onze investeringen terug te verdienen, maar wij zien dat anders. Bovendien, als mij gevraagd wordt om de helft van het geld te betalen en mijn volledige expertise in te brengen terwijl ik niks meer te vertellen heb, dan pas ik daarvoor. Daar komt nog iets bij. In de nieuwe opzet riskeren we vanaf 1 juli 2024 dat we jarenlang uren en geld in een project investeren en dat alles voor niets blijkt te zijn als een publiek bedrijf aangeeft die klus te willen uitvoeren. De overheid is dan namelijk verplicht over te stappen op die publieke partij. Let op: dit soort projecten vergt jaren aan voorbereiding. We worden totaal niet beschermd door de wet. Het is niet zo dat we niet willen investeren in de nieuwe situatie, we kunnen het niet. En daardoor gaat de energietransitie langer duren en meer kosten.’ Wat Japikse misschien nog wel het meeste steekt, is dat de Minister hem niet heeft kunnen uitleggen waarom nationalisering een goed idee is. ‘In opdracht van het Ministerie heeft PwC een onderzoek gedaan. De conclusie: de publieke route is geen verstandig besluit, omdat de overheid de benodigde slagkracht en het geld niet heeft. De Minister heeft dat rapport gewoon naast zich neergelegd.’

Beide kanten van de medaille

Tot slot is het woord aan Daniël Awater, strategisch business developer bij Enpuls Warmte Infra. Enpuls Warmte Infra, een dochteronderneming van Enexis, legt warmtenetten aan en exploiteert ze, zoals Mijnwater in Heerlen. Belangrijk verschil met Ennatuurlijk en andere warmtebedrijven is dat Enpuls Warmte Infra een publieke onderneming is (en dus geen winstoogmerk heeft) en niet in concurrentie wil treden met private partijen. Voordat Awater in dienst trad bij Enpuls Warmte Infra, werkte hij vijftien jaar bij Vattenfall; hij kent dus beide kanten van de medaille. ‘Ik ben al langer van mening dat meer regie en eigenaarschap – overigens niet per se in letterlijke zin – bij publieke partijen zou moeten liggen. Vanuit die positie ben ik dan ook een voorstander van de gedeeltelijke nationalisering van de warmtenetten. Uit ervaring weet ik dat het aansluiten van warmtenetten op bestaande bouw heel veel samenwerking vraagt. Dat vergt regie, sturing en duidelijkheid. Dat zal de uitrol van warmtenetten ten goede komen. Als een publieke partij een meerderheidsbelang heeft in het warmtenet is het draagvlak voor stadswarmte groter. Daar zullen de leveranciers uiteindelijk de vruchten van plukken.’

Bescheiden versnelling

Dat de nationalisering tot vertraging leidt, is volgens Awater vrijwel onvermijdelijk. ‘De overschakeling naar nieuwe samenwerkingsvormen en andere gezagsverhoudingen zal even tijd in beslag nemen. Met elkaar bepalen we hoe groot die vertraging zal zijn. Maar op de lange termijn zal het nieuwe wettelijke kader leiden tot een versnelling van de transitie. Heel spectaculair zal die versnelling overigens niet zijn, denken wij. Daarvoor zijn er teveel factoren die ook een rol spelen, zoals financiering en voldoende technici.’
Dat de overheid over te weinig expertise beschikt om warmtenetten te kunnen beheren, zoals PwC in zijn rapport stelt, is een argument dat op Awater weinig indruk maakt. ‘Dat is logisch, want publieke partijen hebben momenteel nog maar weinig netten in eigen beheer. Zodra dat er meer worden zal de expertise groeien. En met het juiste wettelijke kader kunnen netwerkbedrijven ook een belangrijkere rol gaan spelen in de hele energietransitie.’

Diverse private partijen hebben uit protest hun investeringen in warmtenetten ‘on hold’ gezet. Enpuls Warmte Infra niet. Awater: ‘Integendeel, wij willen alleen maar meer gaan investeren en de komende jaren sterk gaan groeien, maar wel nadrukkelijk als onderdeel van netwerkbedrijf Enexis. In de infrastructuur voor energie is stadswarmte met 500.000 aansluitingen nu nog een relatief kleine speler, maar dat gaat snel veranderen. Uiteindelijk zal naar verwachting een derde van de 8,1 miljoen Nederlandse huishoudens met stadswarmte worden verwarmd. Die spectaculaire uitbreiding maakt dat er voor warmteleveranciers veel perspectief is op een goed rendement, ook onder de nieuwe spelregels met een aandeel van 49% procent. Nu realiseren we zo’n 20.000 aansluitingen per jaar in Nederland. Dat moet de komende jaren gaan groeien naar 50.000-70.000 aansluitingen op jaarbasis. Een rendement keer vier, gedeeld door twee: mij lijkt dat daar best wat op te verdienen valt. Je moet alleen bereid zijn te werken onder een andere marktordening. Wat ons betreft: laten we weer gaan samenwerken.’

 

Nationaal Warmte Congres

Hét platform waar jaarlijks alle stakeholders uit de warmtesector bij elkaar komen.
Meer informatie over het congres.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Nationaal Warmte Congres website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2022